Mooi boek.

Mina insektsvandringar 
We hebben een boek op de kop getikt waar we meteen helemaal weg van zijn. Het staat vol met mooie tekeningen van en interessante informatie over insecten. De opzet is tamelijk systematisch, maar niet volledig. Göte Göransson heeft zich vooral door zijn eigen interesses laten sturen, en dat maakt het tot een heel verrassend boek.

Blå mosaikslända_2 
Deze tekening uit het boek laat ik zien omdat er vlak bij ons steeds een blauwe glazenmaker (Blå mosaikslända, Aeshna cyanea) vliegt. Hij is prachtig van kleur en laat zich vaak van dichtbij bewonderen, maar zodra ik het fototoestel te voorschijn haal verdwijnt hij… Blauwe glazenmakers zijn goed te herkennen aan hun manier van vliegen; af en aan, dicht over de grond, en af en toe even omhoog. "Ons" exemplaar vliegt op die manier boven de weg die door het bos langs het meer Norr-Älgen loopt.

Hier nog wat voorbeelden uit het boek:

Kevers 

Mier 

Sprinkhanen 

Tabel_2

Otter.

Al eerder schreef ik dat ik tijdens het zwemmen in het meer Norr-Älgen een paartje parelduikers tegenkwam, dat bepaald niet bang voor me was. Onlangs kon ik in hetzelfde meer een heel stuk meezwemmen met drie Middelste zaagbekken, en vanavond zag ik er twee bultjes achter elkaar zwemmen. Dat waren geen vogels, maar delen van één zoogdier. Een otter! Toen het dier mij zag kwam het nieuwsgierig recht op me af, tot op een paar meter afstand. Toen dook het om een stuk verderop weer boven te komen en vervolgens het meer over te steken. Dat was wel een heel bijzondere ervaring!
In december 2008 vonden we ottersporen in de sneeuw, langs de oever van Norr-Älgen: http://natuurinzweden.web-log.nl/natuur_in_zweden/2008/12/sporen-in-de-sn.html

Nazomer.

Kleine vos 
Het begint er zo nu en dan al een beetje herfstig uit te zien, maar deze kleine vos (Nässelfjäril, Aglais urticae) geniet nog lekker van de zon. Er zijn wel wat minder bloemen om uit te kiezen dan in juli…
Het wordt nu al om een uur of tien donker, en ´s ochtends vroeg is het fris. Er kunnen alweer vossenbessen (lingon) geplukt worden, en de lijsterbessen zijn ook al aardig oranje. Nazomer!
Kleine vos_2 

Nog een bloedrode heidelibel.

Bloedrode heidelibel_3
Dit vrouwtje van de bloedrode heidelibel is iets donkerder dan die van 28 juli. Hier is goed te zien hoe ze haar vleugels houdt!
Bloedrode heidelibel_2

Bloedrode heidelibel.

Bloedrode heidelibel_2

Bloedrode heidelibel
Er vliegt van alles in onze tuin! Deze libel is zeer algemeen, maar daarom niet minder mooi. De naam bloedrode heidelibel (Sympetrum sanguineum, Blodröd ängstrollslända) heeft de soort te danken aan de kleur van het mannetje. De vrouwtjes zijn overwegend geel, soms met een rode zweem.
Belangrijk bij het determineren van de soort is dat de poten helemaal zwart zijn, en niet geel gestreept. Op de onderste foto is duidelijk te zien dat de vleugels aan de basis een kleine, gele vlek hebben.
Bloedrode heidelibel van boven

Morgenrood.

Morgenrood 0+ 
Weer een vlindervrouwtje, dit keer met de prachtige naam morgenrood. Het mannetje is aan de bovenkant vrijwel helemaal rood, maar het vrouwtje heeft een duidelijke zwarte tekening. Aan de onderkant zit een rijtje witte vlekken, iets dat geen enkele andere vuurvlinder heeft. De eitjes worden gelegd op zuring, en de soort komt dan ook voor op bloemrijk grasland. In dit geval was dat onze tuin!
In Nederland zijn er in totaal maar zeven waarnemingen van deze vlinder bekend, maar hier is ook deze soort tamelijk algemeen.
Morgenrood_onderkant 

Vlinders in het bos.

Skogsgräsfjäril, hona
Toevallig heb ik van de boserebia (Skogsgräsfjäril. Erebia ligea) de afgelopen tijd alleen vrouwtjes gefotografeerd. De vlinder komt voor op grasrijke open plekken in gemengd bos, en bij bosranden. Het gras is nodig om de eitjes op te leggen. In Nederland komt de vlinder niet voor, maar in het bosrijke Zweden is ze algemeen.
Skogsgräsfjäril _o+ 
Skogsgräsfjäril 0+ 
Een andere vlinder die hier vrij veel voorkomt is de bosrandparelmoervlinder (Argynnis adippe, Skogspärlemorfjäril). In Nederland wordt deze soort sinds 1976 nog maar incidenteel gezien. Het is een grote, opvallende vlinder, die haar eitjes legt op viooltjes. Toevallig staan er weer alleen maar vrouwtjes op de foto´s!
Skogspärlemorfjäril 
Skogspärlemorfjäril_2 
Skogspärlemorfjäril 0+ 
Een vlinder die erg op de voorgaande lijkt is de keizersmantel (Argynnis paphia, Silverstreckad pärlemorfjäril). Weer is het in Zweden een algemene soort, maar in Nederland een zeer zeldzame zwerver. Wij hebben er echter ook nog maar één gezien, en die bleef maar héél even zitten …. Erg duidelijk werden de foto's dan ook niet. In dit geval is het wel een mannetje, te herkennen aan het duidelijke zwarte streeppatroon op de voorvleugel.
 Keizermantel 
 Keizermantel_3 

Slim vlindertje.

Heideblauwtje 
Het zijn geen beste foto's, maar ze zijn duidelijk genoeg om te laten zien hoe het heideblauwtje (Ljungblåvinge, Plebejus argus) eruit ziet. We zagen vrij veel van deze vlinders langs de rand van Knuthödsmossen. Ook in Nederland komt het heideblauwtje in sommige hoogveengebieden voor, en op heidevelden.

Het bijzondere van dit vlindertje is dat de rupsen en poppen vaak door mieren beschermd en verzorgd worden, vooral door de zwarte wegmier (Lasius niger). De mieren houden de wacht bij de rups, of nemen hem mee naar hun nest. Ze doen dat, omdat kliertjes op de rug van de rups een voor mieren aantrekkelijke lucht afscheiden, en een grotere klier op het laatste segment scheidt, als de rups dat wil, een zoete vloeistof af die door de mieren opgelikt wordt. Naast die klier zitten twee pluimpjes, en door die te bewegen kan de rups de aandacht van de mieren trekken.
Heideblauwtje_2 
De pop kan een tjirpend geluid maken, dat de mieren aantrekt. Deze gaan dus gewoon door met beschermen. Als de pop uitkomt is het daarmee echter afgelopen; de vlinder wordt gezien als indringer en moet maken dat 'ie wegkomt!

Er zijn andere soorten blauwtjes die op het heideblauwtje lijken en die ook gebruik maken van mieren voor hun verzorging en bescherming, maar de aanpak van het heideblauwtje schijnt het geraffineerdst te zijn!

Parelduikers.

We zien regelmatig parelduikers (Storlom, Gavia arctica) op de meren, maar meestal tamelijk ver weg. Met de kano kan je tamelijk dichtbij komen, maar dat fotografeert niet zo handig. Als je zwemt blijken ze helemáál niet bang voor je te zijn en kan je ze goed bekijken. Dat is een heel bijzondere ervaring, maar het fotografeert nog onhandiger dan vanuit een kano….. Gelukkig overnachtte natuurfotograaf Edo van Uchelen in mei bij ons. Hij maakte toen deze prachtige foto.
Parelduiker (11 van 12)
Edo is één van de auteurs van het Handcoek voor natuurfotografie en betrokken bij de Stichting voor natuurfotografie: www.centrumvoornatuurfotografie.nl .

In Nederland is de parelduiker in de winter te zien, vooral langs de kust, maar hier is het een broedvogel, met een prachtig zomerkleed. Een ander verschil is dat de vogel in de winter stil is, maar 's zomers in de broedgebieden een hard, karakteristiek geluid laat horen, dat door sommigen als onheilspellend wordt ervaren: http://www.rspb.org.uk/wildlife/birdguide/name/b/blackthroateddiver/index.aspx .

Ongeduldig bezoek.

Speerwaterjuffer 
Mevrouw speerwaterjuffer kwam weer op bezoek vandaag, maar ik had eigenlijk gehoopt dat ze haar knappe blauwe man mee zou nemen. Erg stilzitten wilde ze ook al niet, maar op deze foto kan je toch wel goed het zwarte vormpje op haar halsschild zien, dat specifiek is voor juist deze waterjuffer.